Een goede camera voor een filmmaker is als een goed mes voor de slager, de juiste schoenen voor een hardloper, een werkende airco met 38 graden. Het maakt het werk een stuk fijner en aangenamer. Bovendien bevordert het de kwaliteit van het eindresultaat. Laat ik voorop stellen dat de perfecte camera niet bestaat, daarvoor spelen te veel factoren een rol. Maar… goed gereedschap is wel degelijk het halve werk!

De keuze van de camera bepaald de kwaliteit van de videoproducties. Die keuze viel uiteindelijk op de Blackmagic Pocket Cinema Camera, een kleine en compacte camera waarmee ‘cinematische’ beelden gefilmd kunnen worden. Cinematisch?Ja, definitie hiervan is: filmisch; als in een speelfilm. De beelden die de camera maakt zijn van een dusdanige kwaliteit dat er in de montage nog veel aan de kleuren veranderd kan worden zonder dat het ten koste gaat van de kwaliteit.

Groter en beter

Hier heb ik een aantal maanden met plezier mee gefilmd, maar toch had de camera, zoals elke camera, zijn mankementen. Al snel volgde er een upgrade naar de grotere, betere en iets mindere compacte Blackmagic Ursa Mini 4K en later de Ursa Mini Pro 4.6K. Deze camera levert, zonder in te gaan op de technische specificaties, nog betere resultaten!

Blackmagic is minder bekend ten opzichte van merken als Sony, Panasonic en Canon, maar komt qua beeldkwaliteit in de buurt van merken als Arri en RED. Dit zijn camera’s die vooral worden gebruikt bij producties van speelfilms. De kwaliteit van de beelden is dus dé onderscheidende factor die mijn keuze voor deze camera heeft beïnvloed.

Blackmagic is ooit begonnen met het ontwikkelen van high-end software waarmee de kleuren van videobeelden bewerkt kunnen worden. De combinatie van de Ursa Mini Pro en de software waarmee ik de kleuren kan bewerken is een hele krachtige combinatie!

Ruwe beelden: als een kleurplaat

De Ursa Mini Pro filmt met weinig contrast en saturatie. Voor de fotografen onder ons: het is te vergelijken met een RAW foto. In de montage van de film moet het contrast en saturatie teruggebracht worden in de video. Er kan hier een vergelijking gemaakt worden met een kleurplaat. De lijnen zijn aanwezig, maar het moet nog ingekleurd worden. Dit werkt uiteraard beter dan wanneer een kleur van de kleurplaat veranderd moet worden, dit betekent gummen en dat is niet bevorderlijk voor de kwaliteit van de tekening. De kleuren van de beelden uit mijn camera moeten dus achteraf bewerkt worden. Hier zijn twee termen voor kleurcorrectie en color grading. 

Kleurcorrectie spreekt voor zich. De kleuren worden gecorrigeerd zodat het zo natuurlijk mogelijk lijkt. Soms is een shot te licht, te donker, te blauw of te geel. Dit kan dan aangepast worden en dan spreekt men van kleurcorrectie.

Bij speelfilms wordt er vaak een bepaald gevoel meegegeven aan beelden. Dit gevoel moet de emotie versterken en wordt vaak gedaan door geluid en muziek, maar ook door met kleuren te spelen. Dan spreekt men van color grading. Kleuren worden bewust onnatuurlijk gemaakt om een bepaald gevoel te versterken.
Ik ga hier binnenkort verder op in en zal ik de verschillen tussen ruwe, gecorrigeerde en ‘gegrade’ beelden laten zien.